(virtuele) kraamkost

Kraamkost, een geniale uitvinding als je het mij vraagt!

De (zware) eerste weken na de geboorte van Juliette werd hier amper gekookt (mijn man kookt niet graag, en ik kon het simpelweg fysiek niet), en ik was dan ook heel blij met de hulp die we kregen in de vorm van lekkere gerechtjes. Kelly en Silke kwamen ons één en ander toestoppen, maar ook vriendin Tineke is al enkele keren met eten langs geweest. De kraamverzorgende kookte ook af en toe. Vooral dat laatste was leren loslaten, dat er anders (en met minder kruiden) werd gekookt dan als ik het zelf doe.
Op het menu stonden onder andere: spaghettisaus, chili sin carne, wortel- en broccolipuree, gegrilde groentjes, bonenstoofpotje, aubergines uit de oven, wokschotel, boontjes met tomaten, maaltijdsoep, …

Nu nog springen mensen af en toe bij met eten. Een nieuw gezin gooit alles overhoop, en het zoeken van een evenwicht is er niet in enkele weken en nu nog blijft het zoeken en vallen en weer opstaan. Dus een oprechte dankjewel aan iedereen voor de steun, dat is voor ons heel wat waard!

Naast de tastbare kraamkost, was er ook een virtuele versie: enkele weken na de geboorte van Juliette kreeg ik een lief mailtje van Hanne, één van de trouwe lezeressen hier. Veel ga ik er niet over zeggen, laat jullie verrassen en geniet, net zoals ik heb gedaan…

Lieve Sofie
 
Al heb je niet veel meer van me gehoord, ik heb intensief met je zwangerschap meegeleefd. Dat veel mijn vriendinnen zich in de zwangerschap – bevalling – eerste kindje fase bevinden (en ik dat geweldig vind) en dat dat bij de één al vlotter gaat dan bij de andere maakt vast dat ik me mee verbonden voelde. Dat en je oma-servies natuurlijk.
 
Wat ben ik blij dat alles uiteindelijk goed gekomen is, lang genoeg op zijn plaats gebleven om een gezond, volmaakt wezentje te worden! Met een prachtige naam. meer kan ik je toch niet wensen, dan dit prille gezinsgeluk, nog helemaal te ontdekken, samen met je man?
 
Dat, en veel kraamkost natuurlijk. Mijn vriendinnen weten (en willen) niet anders, dan dat ik de kadolijst (indien die er al is) naast me neer leg, en met tassen vol potjes, bokaaltjes, schotels op de stoep sta, de ijskast en diepvries vul, en dan pas het kleine wondertje bewonder. Vullende soepen, verwarmende curry’s, krokante granola, hartige ovenschotels, gegrilde groentesalades … doen het steeds goed (bevallen is zelfs geen absolute vereisten, ook moeilijke zwangerschappen, blinde darmontstekingen en verlovingsstress kunnen aanleiding zijn tot een dergelijke visite)
 
Voor jou zou ik ook geen beter geschenk kunnen bedenken. Maar de post tussen Rwanda en Gent doet het niet altijd zo goed. En als geliefde vegan food blogger heb je vast al een diepvriesje vol. Dus bedacht ik iets nieuws: virtuele kraamkost. Ik neem je mee op een culinaire trip door het hart van Afrika, zo eet je een keertje mee aan de exotische plantaardige tafel. Eat this Dorien Knockaert!
 
Omdat de mail anders wat lang werd, bevindt de reis zich in bijlage. Oogjes dicht, smaakpapillen open, ready for lift of!

Virtuele kraamkost voor Fieke en Juliette

Lieve Fieke, terwijl jij een kind op de wereld zet, het een prachtige naam en haar eerste moedermelk geeft, ziet groeien als kool, haar oogopslag ziet veranderen, jouw eigen lichaam terug een klein beetje van jou wordt en je je eerste stappen weer in de buitenwereld zet, trekt mijn combinatie van wanderlust en ‘ik wil iets bijdragen- syndroom’ me weer ver weg – op een missie voor 4 maanden naar Burundi-Rwanda, 2 mini-landjes in centraal Afrika, vlekjes op de kaart, voor velen enkel bekend door verontrustende berichten in het journaal, maar voor mij geen onbekend terrein, in 2010-2011 bracht ik hier eerder wat jaren door. Uiteraard kan ik je zoveel vertellen, over wat ik hier doe, beleef, hoe hard ik werk, hoe het is, rijk zijn in straatarme landen, zo herkenbaar anders zijn, werelden en levens en culturen ontdekken die zo anders zijn, en soms zo gelijk – in een glimlach, handdruk, gedeelde smart en hoop.

Maar laat ik het hebben over wat ons in contact bracht, bindt, en wat overal een onmisbaar deel van het leven uitmaakt: eten! En voor ons, uiteraard, plantaardig eten. Want al sluit ik veel compromissen op mijn levensstijl, pas ik me aan waar ik kan, probeer ik, een heel klein beetje, op te gaan in de samenleving, dieren eten komt daar niet aan te pas. Dat zou mezelf verraden, opgeven zijn. En gelukkig, vegan zijn in Rwanda en Burundi is helemaal niet moeilijk. Basisvoedsel hier: bonen, aardappels, maniok, cassave, rijst, avocado, en groene bladgroenten in allerlei soorten. Altijd bonen, een maaltijd zonder bonen is geen maaltijd. En mango’s en bananen, papaya en passievrucht en ananas, al is fruit minder populair bij mannen en volwassenen. Uiteraard snapt niemand het hier, het concept van veganisme of vegetarisme is cultuurvreemd, vlees weigeren om principiële redenen ongekend (hoewel, niet helemaal, ik kom hier later nog even op terug). Op een atelier met partners (lokale ngo’s en mensenrechtenactivisten, waar we uiteraard ook de maaltijden delen) ‘Oh comment tu fais?? Je ne pouvais pas vivre comme ça’. Dan vraag ik eenvoudigweg : hoe leefden jouw grootouders ? Jouw ouders? Wat aten die? Bonen, maniok, zoete aardappel, pompoen, rijst, matoke. Voornamelijk uit eigen teelt, bereid met water, olie als zeldzame luxe. Vlees eten, zeker op geregelde basis, is iets van de laatste jaren, en enkel voor de stedelijke elite. ‘Ah oui, c’est vrai’, en effet, mes grans-parents, la viande c’était pour des fêtes, une fois par année, dans une bonne année…. ‘. En als ik dan nog moet uitleggen waarom (tu n’aimes pas ?) dan lijkt het ineens helemaal niet zo absurd en herkennen ze er een zeker religieus solidariteitsprincipe in, dat het herkenbaar maakt (al stelt steeds wel iemand voor mijn stukje dan maar op te eten hoor).

Hoe ziet een standaard maaltijd er dan uit? Zoals ik al zei, bonen maken deel uit van bijna elke volwaardige maaltijd. In combinatie met minstens één starch – maniok, (zoete of gewone) aardappel, matoke, pompoen, yam, soms rijst. Vaak gewoon gekookt. Als je op een conferentie of atelier bent, of in de typische goedkope lunchtentjes waar werkmensen die van huis zijn hun lunch nuttigen, zullen verschillende starches aanwezig zijn, in buffetvorm, en Rwandezen/Burundezen zullen deze dan bijna allemaal combineren. Een bord vol met bonen, rijst, maniok en frites is geen uitzondering. Maar meestal (thuis of gewoon op het werk) pompoen met bonen. Of maniok met bonen. Of yam met bonen. In grote hoeveelheden. Een beetje eentonig maar voedzaam. Met een beetje geluk komt hier een bladgroente bij, meestal de bladeren van de knollen (van de maniok, de yam, etc). Die worden gestoofd maar laat ik meestal links liggen, supergezond maar ze worden vaak bereid met wat gemalen gedroogde vispoeder onder. Dat vind ik niet alleen vies maar dus ook niet vegan, jammer van mijn portie greens wel! Maar soms is het gestoofde kool, met een tomaatje en currypoeder, lekker! Hier kan vaak nog een avocado bij (die kosten hier zo’n 0.20 cent voor een exemplaar drie keer zo groot als een hass).

Wat vind je hier op de markt? Héél veel. Tomaten, wortelen, ajuinen, aardappel (zoete, al zijn het de witte en gewone, die hier ‘Irish potatoes’ genoemd worden), yam (dat is dus nog een andere knolsoort dan zoete aardappel, in tegenstelling tot wat ik altijd dacht), maniok, cassave, plantains. Maar ook de eerder vermelde bladgroenten, mais, aubergines (gewone en grappige mini’s zonder kleur, heel erg bitter), bloemkool, groene paprika, broccoli, sperziebonen, sla, komkommer, verse erwtjes. Soms ook prei, selder, gember en verse kruiden. Bij het fruit passievrucht, ananas, mango, mini-banaantjes met veel meer smaak, ‘prune de japon’, avocado’s, papaya’s (juk), lokale soorten van mandarijnen en appelsienen, beiden vol pitten en soms wat geïmporteerde appels en appelsienen zoals wij ze kennen. Voor jou klinkt dit misschien als een vrij standaard marktaanbod, maar voor Afrikaanse landen is het vrij a-typisch. Vele landen kennen zulk droog klimaat dat groenten en fruit een luxe zijn, en de basis echt enkel de koolhydraten zijn. In Senegal bv kreeg ik meestal een grote schotel rijst voor me (je eet samen uit dezelfde schotel), bereid met veel olie, voor het hele gezelschap (zo’n 8 man) één tomaat, één wortel en een stukje paprika, en in het midden wat gefrituurde vis (uiteraard te vermijden). Een echt luxe dus hier, te danken aan het heerlijke klimaat op 1700m-2000m hoogte. Al zijn naar verhouding groenten wel veel duurder dan bonen en knollen, dus voor veel gezinnen (met vaak een loon van zo’n 25€ per maand) toch echt het basisvoedsel. Als er vlees gegeten wordt is dat meestal geit. Kip en rund zijn veel duurder. Vis uit het kivumeer is er ook wel, maar dat is al helemaal luxe.

De keuken mag hier dus wel wat eentonig zijn (bonen en rijst of aardappelen en bonen of pompoen en bonen gaan wel wat vervelen) maar wel vullend, en ik vind het als vegan eigenlijk erg conveniënt: Ik kook bijna altijd thuis zelf, waarbij ik geniet van de beschikbaarheid van al die naar onze normen echt goedkope en verse groenten, fruit en avocado’s, maar als ik voor het werk ergens samen met anderen moet eten krijg ik wel mijn dosis vragen, omdat dit soort ateliers voor anderen vaak juist de kans zijn om vlees te eten, dat ik zorgvuldig links laat liggen, maar zit ik zelden met een leeg bord voor me…

Wel zijn er tradities die ik aan me voorbij laat gaan: typisch en relatief fastfood zijn geitenbrochettes, die je met lokale frieten en een frisse primus (de lokale stella) nuttigt, of gewoon zo van het stokje. Onder vrienden in het weekend een brochetje gaan in een lokaal tentje, is dus niet voor mij. Op sjiekere werkmeetings zal er ook wel eens gegrilde kip of gegrilde vis met friet op het menu staan ipv het typische buffet en dan zit ik dus wel met een leeg bord. Maar gelukkig werk ik enkel met civiele maatschappij, en daar is het toch altijd de goedkopere buffetoptie. En op straat staan er gelukkig ook vaak vrouwen maïs te grillen, voor mensen die lang onderweg zijn na hun werkdag en pas laat thuiskomen. Streetfood gaat dus niet helemaal aan me voorbij.

Een ander erg belangrijk aspect van de Burundese maar vooral Rwandese (eet)cultuur is melk. Uiteraard niet zoals wij hem kennen, maar rijke, volvette, vaak ongepasteuriseerde melk, soms ‘caillé’ (vaag vergelijkbaar met karnemelk of kefir). Deze heuvelachtige gebieden worden als vanouds bewoond door zowel landbouwers als veehoeders, die hun kuddes runderen hoeden in de heuvels. De spanningen tussen beiden, in een competitie om schaars land in dit overbevolkte gebied, liggen aan de oorsprong van tal van conflicten in deze regio, maar zouden ons te ver leiden. Vee (runderen) worden hier beschouwd als de ultieme vorm van rijkdom, en een koe (die hier trouwens prachtig zijn, met glanzende zwarte vachten en grote, sierlijke hoorns) wordt gerespecteerd en staat erg centraal in de cultuur. De veehoeders, die vaak tijden onderweg waren overleefden vaak dagen tot weken quasi enkel op de melk van hun vee, en dat vertaald zich nu in de vele ‘bar à lait/milkbar’, waar je een mug verse melk kan drinken, en de voorliefde van veel Rwandezen voor melk, boven thee en koffie, hoewel deze 2 laatste hier ook gekweekt worden. Vaak is het omwille van economische redenen poedermelk (de ziekelijke intrede van Nestlé), gemengd met veel suiker en een theezakje, dat tijdens de ‘koffie’pauze verkozen wordt. ‘Thé africain’ noemen ze dat goedje… Als je met de bus reist en één van de centra van de melkproductie passeert (Nyanza bv, waar de vroegere koningen woonden) stopt de bus even, zodat de reizigers een jerrycan melk kunnen kopen om mee te nemen. Het grote respect voor het vee maakt dat sommigen vooral uit de oudere generaties geen vlees kiezen te eten. Dus toch enkele principiële vegetariërs hier.  In tegenstelling tot vlees eten maakt melk drinken dus wel deel uit van de traditie, maar als vegan is het wel makkelijk uit de weg te gaan…

Is er niets wat ik mis (op culinair vlak)? Dat valt goed mee eigenlijk. Maar als ik een paar dingen moet noemen: kruidenthee. Die neem ik in grote hoeveelheden mee, omdat hier enkel zwarte en heel erg bittere groene thee beschikbaar is, en ik mijn kopje tisane s’morgens (en ‘s middags en ‘s avonds) moeilijk kan missen. Al heb ik ook enorme bossen citroengras in mijn tuin staan, dus dat kan ook. Plantaardige melk is hier niet, heel soms wat ingevoerde sojamelk, aan woekerprijzen (zo’n 6€ voor een liter). Al zou je melk uiteraard zelf kunnen maken van rijst of havermout, maar mijn magimix is ook thuisgebleven (die mis ik misschien nog het meest!). Plantaardige yoghurt al helemaal niet. Dat mis ik zeker, met al dat lekkere fruit zou dat heerlijk zijn! Qua noten is het met pinda’s te doen. Niet mijn favorieten, beter dan niks. Muesli en havermout vind je, eveneens aan woekerprijzen (10€ voor een kilo everyday muesli van de colruyt!), maar zonder yoghurt of melk zijn die niet eens aantrekkelijk… Brood anders dan wit sandwichbrood vol suiker en toevoegingen blijft zeldzaam. Geen dingen als tahini, geen dadels of ander gedroogd fruit, en dingen als quinoa, miso, edelgistvlokken, gedroogde kruiden uiteraard ook niet. Maar dat mis je echt niet zo, zeker niet als je, zoals ik, vegan geworden bent in het buitenland, en gewoon bent met groenten, granen en peulvruchten te werken, zonder de fantasietjes die ons leven zo makkelijk maken in Europa! Uiteraard vind ik het jammer om de bosbessen en nectarines en meloenen etc die nu in België te vinden zijn te missen. Maar het lokale fruit maakt dat goed.

Wél mis ik het soms om culinair bezig te zijn, en meer nog, om met passie voor duurzame voeding en duurzaam leven bezig te zijn. Waar mensen bezig zijn met overleven is daar nu eenmaal minder ruimte voor (en wordt er eigenlijk uit armoede vaak erg duurzaam geleefd). Kookworkshops geven, zelf bezig zijn in de keuken, koken voor vrienden… Hier wordt eten, ook voor mij, iets functioneler, ook omdat ik lange dagen werk, niet veel keukenmateriaal heb, minder inspiratie, ondanks de onontdekte knollen.

Maar ook hier, op een lange rit met collega’s, waar je hongerig na een dag zonder eten op het terrein een trosje bananen deelt, of stopt aan de kant van de weg voor een ananas voor de collega die thuisbleef, of de uitnodigingen bij collega’s of vrienden thuis, hun warme welkom, altijd met eten. Mijn inkopen op de markt, bij mijn vaste ‘madammen’, eentje voor de avocado’s en eentje voor de ananassen en een heel lief oud vrouwtje voor de zoete aardappels, die mij kennen en luidkeels chérie!!!!! begroeten en minder bedotten dan de anderen, en zelfs protesteren als iemand mij de ‘muzungu’prijs probeert te tellen. Het eten wat ik zelf maak delen met de ‘gardien’, de jongen die hier inwoont om op het eigendom van de huiseigenaar te letten, en in ruil de volgende dag een portie van zijn yam of maniok te krijgen.

Eten voedt, eten moet, eten brengt samen, eten verbindt.
Altijd en overal.

 Wat vinden jullie van kraamkost?